Een architecturaal erfgoed...

Vroeger heette de site van het Pass Crachet Picquery...
De steenkoolontginning werd er erkend vanaf de 13de eeuw. Toen was ze helemaal artisanaal.
In de 18de en 19de eeuw, en ook nog in het begin van de 20ste eeuw, is het een bloeiende industrie. Dan duikt de steenkoolcrisis op. Na de Tweede Wereldoorlog wordt er geïnvesteerd in volledig nieuwe installaties... wat niet verhindert dat de mijn wordt gesloten in 1960.

De industriële architectuur van de jaren '50, met haar zekerheden en haar regels, leverde de site spectaculaire gebouwen op die in 1989 werden beschermd. Onder impuls van plaatselijke en regionale overheden en met de hulp van de Europese Gemeenschap werd de site in 1997 uitgekozen voor de bouw van het eerste museum voor wetenschappelijke en technische cultuur in België. De planologie van de site en de architectuur van de gebouwen werden na een Europese projectoproep toegekend aan de wereldvermaarde Franse architect Jean Nouvel.

Jean Nouvel, auteur van prestigieuze culturele uitrustingen over de hele wereld, heeft ook een passie voor industriële archeologie. Hij wil absoluut de geschiedenis van de sites bewaren en er een moderniteit van maken die getuigt van hun oorspronkelijke functie en hun verleden. Deze aanpak komt prachtig tot uiting in zijn creatie van het Pass: een architectuur die tegelijk sober en uitgepuurd is, expressief en functioneel, dynamisch en poëtisch. Ze geeft de industriële gebouwen hun ruwe materialen: gevelbekleding in geprofileerd metaal, gepolijst beton, gewelfde houten balken... zodat de link met de plaats beter tot zijn recht komt.

Jean Nouvel heeft verschillende gebouwen gered van de sloophamer (de Silohoek bij de ingang). Hij inspireerde zich op de werking van de mijn om de site weer haar oorspronkelijke dimensie te geven. Zo ontstond een park met 9 afdelingen, rijk aan een architectuur die een betekenis geeft...